Camerata Trajectina: Utrecht en ‘s-Hertogenbosch
11 september 2004, Aula academiegebouw, Utrecht
A tale of two cities.
Utrecht en Den Bosch. Het zijn niet zomaar twee oude, bezienswaardige steden. Het waren in de late middeleeuwen de twee grootste steden in de noordelijke Nederlanden. Bisschopsstad Utrecht bestond al in de Romeinse tijd en bloeide de hele middeleeuwen als centrum van religie, politiek, handel en kunst. ‘s-Hertogenbosch werd pas in de twaalfde eeuw gesticht als voorpost van de Brabantse hertog. In de eeuwen die volgden groeiden beide steden hard. De verstedelijking kwam in onze streken laat op gang, maar was uiteindelijk niet te stoppen.
In de Tachtigjarige Oorlog werd het een ander verhaal. Utrecht werd al vroeg in de Opstand calvinistisch en de bisschop kon vertrekken. De stad moest zijn leidende positie afstaan aan Amsterdam. ‘s-Hertogenbosch werd in 1629 na een lange en zware strijd veroverd. Ook hier werd de katholieke godsdienst verboden, maar de bevolking bekeerde zich niet. Zo kwam de ooit bloeiende stad in de luwte te liggen.
In dit programma zingt de Camera Trajectina muziek uit beide steden. We beginnen in de middeleeuwen, als beide steden in volle bloei staan. Hiervoor gaat de Camerata te rade bij het weinig bekende handschrift Utrecht Ms 6 E 36 II. Wat Den Bosch betreft is er meer keus. De compositiekunst bloeide immers in het zuiden, en verschillende componisten hebben de Diezestad aangedaan. Zo ook Jacobus Clemens non Papa, mogelijk een Zeeuw van geboorte en in dat geval de grootste componist voor Sweelinck die Nederland als de zijne kan claimen. In het derde deel horen we muziek over Den Bosch. De inname van deze stad, destijds een vesting in een moeras, verliep bepaald niet zonder slag of stoot. Toen het Frederik Hendrik (de Stedendwinger, weet u nog wel) uiteindelijk toch lukte, zorgde dat voor een kleine zangexplosie. Een kolfje naar de hand van Louis Grijp, die als musicoloog intensief onderzocht deed naar alles wat Nederlanders in de tijd van de Republiek aan muziek maakten.