Anouar Brahem, of de jazz een universele muzikantenmuziek werd.
Jazz is zo Amerikaans als het maar zijn kan. Het ontstond in New Orleans en het had ook nergens anders kunnen ontstaan, want de ontmoeting van grootstedelijke, witte song, blues van het omringende platteland en plaatselijke ragtime uit de creoolse middenklasse vond hier zijn beslag.
En toch veroverde jazz de wereld. Met andere woorden: het geluid sloeg aan bij mensen die niets met New Orleans en omgeving te maken hadden. Zo was Frankrijk, toch geen land dat veel moest hebben van de Verenigde Staten, al snel om. Sterker nog: Frankrijk bracht al gauw zijn eigen jazz naar Amerika, in de persoon van gitarist Django Reinhard.
Tunesië was tot 1960 een Franse kolonie. Aangezien Tunis een havenstad was, die bovendien niet overdreven ver van het Franse moederland lag, drong de jazz daar wel door. Maar zouden de Tunesiërs het oppakken? De Arabische wereld heeft heel andere muziek, misschien was jazz wel veel te westers. Maar kijk, de lol van het samen spelen, het samen aan de haal gaan met bestaande composities en zodoende iets nieuws verzinnen, blijkt universeel. Anouar Brahem verhuisde jaren geleden naar Frankrijk en vormde een trio met een accordeonist en een pianist. Dat betekent dat hij gebonden raakte aan het twaalftoonssysteem van de westerse muziek. Veel typisch Arabische toonladders kun je dan niet meer gebruiken. En toch klinkt zijn muziek – in elk geval in onze oren – zeer Arabisch.