Engeland heeft voor zijn muziek vaak impulsen van buiten nodig gehad. Maar met Purcell hadden ze een muziekreus van eigen bodem.
Onder het Puriteinse bewind van Oliver Cromwell was Engeland muzikaal drooggelegd. Vocale muziek was uit den boze, en ook instrumentale muziek werd niet vertrouwd: het kwam tenslotte uit het paapse Frankrijk en Italië. Purcell kwam op in de tijd van de restauratie. Engeland beet massaal in de voorheen verboden vrucht en muziek van het continent vond gretig aftrek.
Navolging leidt meestal niet tot de allerbeste kunst. Toch begon Henry Purcell als navolger van zijn buitenlandse voorbeelden. De x-factor zit in de manier waarop hij het allemaal verwerkte. Zonder problemen verwerkte hij oude en nieuwe, Franse en Italiaanse stijlelementen. Zo ontstond er in Engeland toch nog iets wat nergens anders op de wereld gemaakt werd.
In dit concert horen we zijn instrumentale muziek. Deze muziek is vooral Italiaans van aard: twee violen met een basso continuo. Ook de vorm, de sonate, komt uit Italië. Toch weten we dat dit geen muziek uit het Italië van rond 1690 is. Purcell mengt Franse muziek in zijn Italiaans, en gebruikt vormen als de pavane – die in Italië al volstrekt verouderd was. Maar hoor je zijn chaconnes (in het Purcell-Engels ook wel ‘ground’ genoemd), dan merk je dat Purcell toch op de hoogte was van de allernieuwste modes.