Dwarsliggers & Buitenbeentjes | Concertzender | Klassiek, Jazz, Wereld en meer
Search for:
spinner

Dwarsliggers & Buitenbeentjes

za 24 jan 2026 15:00 uur

In de uitzending van vandaag hoort u twee van de vier favoriete stukken van Hein van de Geyn met Hans van Oosterhout (die andere twee favorieten komen aan de orde in de volgende uitzending).

Bovendien kunt u in deze gidstekst kennis nemen van het herdenkingsartikel waarin Hein van de Geyn herinneringen ophaalt aan zijn discipel, collega, buurman en boezemvriend Hans van Oosterhout (1965—2025), met als titel:

Iedereen hield van hem 

De bassist Hein van de Geyn (*1956) is reeds een door de wol geverfde vakman als hij de dartele jonge hond Hans van Oosterhout (*1965) in het vizier krijgt. De geruchten deden al een tijdje de ronde in het Brabantse (zo rond 86/87) dat er in het stadje Oosterhout een overdonderend slagwerktalent was opgebloeid. Toen Hein van de Geyn hem voor de eerste keer hoorde bleken de geruchten te kloppen. De (jeugdige) veteraan Hein van de Geyn ontfermde zich aanvankelijk als mentor over het prille, ongerichte talent om Hans van Oosterhout vervolgens als een volwaardige collega, maat en boezemvriend te beschouwen. 

In het Jazz Bulletin (december 2025) van het Nederlands Jazz Archief verscheen een indrukwekkend herdenkingsartikel van Hein van de Geyn waarin hij op een fijnzinnige manier zijn relatie met Hans van Oosterhout beschrijft.

Met toestemming van de redactie van het Jazz Bulletin en Hein van de Geyn zelf hebben wij dit In Memoriam overgenomen, na de speellijst.

 

SPEELLIJST

*Toots Thielemans (mondharmonica), Karel Boehlee (toetsen), Hein van de Geyn (contrabas), Hans van Oosterhout (drums)

 

#   1.   Summertime (George Gershwin/DuBose Hayward) (5:39)

 

*Bert van den Brink (piano), Hein van de Geyn (contrabas), Hans van Oosterhout (drums)

 

#   2.   For Horace (Bert van den Brink) (7:16)

#   3.   Naima (John Coltrane) (8:48)

#   4.   I Fall In Love Too Easily (Jule Styne/Sammy Cahn) (10:45)

#   5.   Between Us (Ivan Paduart) (6:48)

#   6.   Valse Cliché (Bert van den Brink) (8:22)

#   7.   Sound Check (Bert van den Brink/Hein van de Geyn/Hans van

           Oosterhout) (7:08)

 

*Bronnen:

#1.: Toots Thielemans: European Quartet Live (Challenge Jazz)

        live opname, +/- 1987

#2. t/m #7.: Bert van den Brink Trio Live at the Bimhuis: Between Us

       (Challenge Jazz) opname: 19 april 2002

 

                                                 ***

 

 

Iedereen hield van hem, door Hein van de Geyn

 

Brabant, 1965 —daar was-ie: Hans van Oosterhout. Uit Oosterhout. Hoe bestaat het. Hij was vooraan in de twintig toen ik van hem hoorde: Rob van Bavel, voorwaar een te gekke jonge pianist uit Terheijden, speelde met hem, samen met die toffe jonge bassist uit Roosendaal: Marc van Rooij. Ik was natuurlijk tien jaar ouder, dus wat terughoudend. Maar toen kwam mijn kameraad, nestor en de meest muzikale man uit mijn jeugd, Jack van Poll —uit Roosendaal met diezelfde Hans op de proppen.

Ik was al een tijd terug uit Amerika, speelde eigenlijk veel met mijn teamdrummer Dré Pallemaerts —dus was eigenlijk nog steeds een beetje ‘jaja, dat zal allemaal wel’ —totdat-ie de studio in kwam zetten waar we een opname zouden maken met David Linx. Als een zon —als mens , maar ook als drummer: beweeglijk, luisterend, dynamisch, subtiel, stevig wanneer de muziek dat vroeg. Wow, toen was ik om!

 

En gigs volgden: met Jack van Poll in triobezetting en met een rits zangeressen. Veel België, maar ook Nederland. ‘Philip’, zei ik tegen mijn maat Philip Catherine, ‘nou weet ik er ééntje hoor, volgens mij val je daar wel op.’ En omdat Dré Pallemaerts veel in het Franse en in Parijs zat, voegde Hans zich bij Philips trio.

Ja, en zo gaat dat dan met bas-drumkoppels. Als het goed voelt, gooi je elkaar werk toe —gewoon omdat je graag met je broeder speelt, omdat je goed klinkt samen. Een paar keer nam ik hem mee naar Dee Dee Bridgewater (waar ik tien jaar bij zat), maar André Ceccarelli was simpelweg de guy voor Dee Dee —en terecht.

Enrico Pieranunzi vond het fijn met ons: heel wat concerten en opnames volgden. Bert van den Brinks trio voor een aantal jaren. En uiteraard de magische Karel Boehlee. Dat was eigenlijk niet meer een pianist plus een bas-drumtandem , nee, dat was al heel snel een werkelijk trio —heel erg op één lijn wat betreft feel, dynamiek, lichtheid, wendbaarheid. Tien cd’s hebben we gemaakt voor een Japans label.

En wat was het logisch dat uiteindelijk Toots Thielemans op onze deur bonsde. Tien jaar met Toots over de wereld, from Gent to Tokyo, van Porto naar Riga. We droegen hem, en legden elkaar tegelijkertijd het vuur na aan de schenen: avontuurlijkheid op-en-top, maar juist door de kracht èn kwetsbaarheid van Toots was alle aandacht toch altijd op hem gericht. Nooit lieten we hem raden of zwemmen. En zeker Hans had daar zo’n aanwezige rol in: dynamiek, helderheid van groove, dragend, liefdevol.

En dan kwam daar voor ons samen nog een heel andere dimensie bij. Ik woonde in een klein huisje in Breda in de vroege jaren negentig, en het huisje naast het mijne stond opeens te koop. Ik heb direct Hans gebeld, die op zijn 28ste nog bij zijn ouders woonde, en hem in niet mis te verstane bewoordingen te kennen gegeven dat hij als de wiedeweerga dat huisje moest kopen. “Ja, maar’, begon Hans. ‘Niks jamaar, je kunt toch niet de rest van je leven in Oosterhout blijven wonen. Doe het nou maar gewoon.’

Enfin, zo geschiedde. Dat waren gouden tijden. Ik bouwde een geluiddicht studiootje in de achtertuin waar we samen of apart dag en nacht muziek konden maken. Stefan Lievestro, Ron van Rossum, Ed Verhoeff- er was altijd zoete inval. De designated cook was ik- en menig flesje rood is geleegd om vervolgens in de glasbak te verdwijnen.   

Ik had inmiddels mijn eigen groep Baseline, met John Abercrombie en Joe LaBarbera- maar die waren natuurlijk niet altijd beschikbaar, dus er ontstond al snel een Nederlandse versie met Ed Verhoeff en uiteraard Hans, mijn kameraad, mijn buurman, mijn drummer. Die twee groepen hebben nog wel eens gemixt- het waren zinderende avonturen.

Samen spelen betekende uiteraard ook: samen rijden. Meestal in mijn Toyota-busje. Spullen achterin en naar Gouvy, of naar Brussel of Parijs. Als we dan een week lang in Le Petit Opportun in Parijs hadden gespeeld —dat was altijd van dinsdag tot en met maandag— dan keken we elkaar na de laatste maandagset, om drie uur ‘s nachts, even aan: ‘Zullen we?’ ‘Yes!’ Niet meer onze spullen naar het hotel slepen, niet na de ochtendspits pas weg- nee, nu de auto in. Fles wijn in het midden, en dan waren we voor acht uur in de ochtend thuis. Eigen huisje, eigen bed.

Als we dan bij de afslag naar Breda kwamen, zei Hans steevast: ‘Deze afslag, Hein.’ Alsof ik dat niet zou weten! Bij de voordeur een simpel: ‘Houdoe, maat.’

Dat was Hans: de humor was groot —oh, hij kon er ook wel eens dingen uitflappen die echt niet konden— maar iedereen hield van hem.  Ontwapenend, charmant. Als Hans binnenkwam ging het licht iets helderder branden. Enorm sociaal en omarmend; en uiteraard de oogappel van een indrukwekkende rij vrouwelijke bewonderaars. 

 

Het mooiste voorbeeld van Hans in al zijn glorie, voor mij persoonlijk,  was een situatie waarbij we samen met Enrico Pieranunzi speelden in de Dordtse Jazz Sociëteit. We hadden nog niet zo vaak met Enrico gespeeld- en Enrico is op het eerste gezicht een wat serieuze, diepzinnige man, dus we waren alert en respectvol. Plots begint mijn Nokia-telefoon heel zachtjes te rinkelen- waarbij Hans en ik heel goed wisten dat de crescendo-modus van dat ding aanstond. En wat wil het geval: we zaten midden in een gevoelige ballad. Het zweet brak me uit. Ik wist dat dat ding over dertig seconden gillend hard zou gaan rinkelen. En wat deed Hans? Hij greep twee mallets en begon op zijn cymbal een aanzwellend crescendo te maken. Enrico volgde uiteraard en de ballad klonk een halve minuut lang als een bulderende oceaan- terwijl ook de telefoon zijn akoestische hoogtepunt bereikte. Daarna zette Hans laconiek het decrescendo in, om weer in intimiteit de ballad te vervolgen, met een brede grijns op zijn gezicht.

Niemand heeft iets in de gaten gehad, maar voor mij was die geste, die slagvaardigheid, dat improvisatievermogen, dat out-of-the-box denken- dat was Hans. Dat was vriendschap. 

En die verhalen blijven. Dat gevoel is in mij verankerd, en natuurlijk blijft de muziek klinken. Zo’n dertig cd’s hebben we samen gemaakt, maar Hans heeft uiteraard nog veel meer muziek opgenomen met alle muzikanten die verder nog op zijn pad kwamen.

Hans, ik mis je- en als ik aan je denk, kan ik enkel met een warm hart glimlachen.                        

 

Samenstelling & presentatie:
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan