
za 15 aug 2026, 17:00 uur – House of Hard Bop.
In de vorige uitzending*) klonken twee stukken van Miles Davis’ album Kind of Blue. In dit uur de resterende drie titels. Een jaar na de opname van Kind of Blue (1959), in maart 1960, gaat Davis met zijn kwintet op tournee in Europa – Parijs, Kopenhagen en Stockholm. Op die podia is er ruimte voor uitvoerig solowerk. In Kopenhagen ruim 14 minuten voor So What, en dezelfde tijd voor On Green Dolphin Street.
Bezetting: naast Davis en Coltrane, Wynton Kelly piano, Paul Chambers bas en Jimmy Cobb drums.
*BLUE IN GREEN
Een goed gekozen titel, voor dit meditatief gekleurde stuk. De kalme, zachte intro van pianist Evans, gevolgd door de eerste drie lange klanken van Davis, zetten de toon. Het doet denken aan de sfeer van Davis’ filmmuziek Ascenseur pour l’échafaud (Parijs 1957). Een harmonische cyclus, die door zijn onregelmatige lengte wat fluïde blijft. Dat geldt ook voor de melodie. Is er sprake van een begrensd en nazingbaar thema? Het kleurkarakter van Davis’ gestopte trompet zet zich door in Coltranes tenorsolo. Niks geen sheets of sound. Iets meer ritmische beweging dan Davis, maar het blijft zacht, met een soft vibrato op de lange tonen.
De volgorde van de solo’s is opmerkelijk. Pno-tp-pno-ts-pno-tp-pno. Centraal is de tenorsax, daarna de andere instrumenten in omgekeerde volgorde.
Altist Cannonball Adderley is buiten spel. Met 5’35” is dit een relatief kort stuk van Kind of Blue.
*ALL BLUES
In tegenstelling tot de andere stukken van Kind of Blue, ontstond All Blues gedurende een maandenlang proces. Davis werkte er thuis aan, en liet Gil Evans (Gil!) meedenken. Op de studiodag kreeg de compositie zijn definitieve vorm. De titel is hier concreet: een blues. Maar wel een met zijn eigen karakteristiek: een draaiende, zwaaiende 6/8e maat. De maten 9 en 10 hebben hun eigen melodische, en chromatisch/harmonische identiteit. Iets dergelijks kennen we ook van Freddie Freeloader. En die vamp, dat drietonige, herhaalde motief van de saxen, waar hebben we dat eerder gehoord? Het begin van Milestones (1958), in een ander tempo.
Na de langzaam opgebouwde intro – pianotremolo/ostinato basfiguur/blazersvamp – komt de gestopte trompet met het thema. Beperkt aantal lange tonen. Veel kleur. Na de herhaling van het thema begint Davis aan zijn solo – zonder demper – waarbij drummer Cobb zijn brushes inruilt voor sticks. Bassist Chambers houdt zich gedurende het hele stuk bij zijn stabiele ostinato figuur. Evans blijft achter de solisten de ‘blazersvamp’ van het begin herhalen. Daarnaast reageert hij direct op de solisten. De vamp houdt hij zelfs intact tijdens zijn eigen solo.
*FLAMENCO SKETCHES
Op het album Everybody Digs Bill Evans (1958) staat een bijzonder solostuk: Peace Piece. De linkerhand repeteert constant dezelfde figuur: twee bastonen – een dalende kwint, G-C – gevolgd door twee samenklanken. Daarboven ontwikkelt zich een melodie, die zich langzaam beweegt van consonant naar ‘dissonant’. Uiteindelijk klinken er melodische motieven die doen denken aan de vogelgeluiden van de Franse componist Olivier Messiaen. Behalve improvisatie, heeft de stijl niets met jazz te maken. Miles Davis hield van dat stuk, en wilde er iets mee. Toen werd het ‘jazz’.
Flamenco Sketches opent met dat ‘linkerhandmotief’. Paul Chambers speelt de twee bastonen, Evans de twee samenklanken, die snel gaan variëren. Daarboven begint Davis’ solo. Er is géén thema. Eén van de vormdelen in de cyclus berust op een herhaling van een dalende kleine secunde, de grondtonen Es-D. Dat refereert aan de frygische ‘toonladder’ van de flamenco.
Na de solo’s van Davis, Coltrane en Adderley opent Evans zijn solo met het citeren van Peace Piece.
——————————————–
The Final Tour: The Bootleg Series, vol. 6
In het voorjaar van 1960 gaat het Miles Davis Kwintet op tournee in Europa, als onderdeel van “Jazz at the Philharmonic”. Parijs, Stockholm en Kopenhagen. Het is de eerste keer dat Davis met zijn groep de oceaan oversteekt. Coltrane heeft er geen zin in, hij is klaar met de band – niet langer tevreden met zijn plaats als sideman. Davis moest flink op hem inpraten om hem mee te krijgen.
Het Europese publiek is enthousiast, wat te horen is op de concertregistratie. Maar lang niet iedereen is ‘klaar’ voor Coltrane. Tijdens zijn solo’s lopen er nogal eens mensen weg uit de zaal.
De tour werkt als een flinke internationale boost voor Davis, én voor Coltrane.
*INTRODUCTION (Norman Granz)
*SO WHAT
Het van Kind of Blue bekende stuk heeft inmiddels een verhoging in tempo ondergaan – iets wat we van Davis wel gewend zijn. Zijn solo is hier energieker, en heeft meer kleur en contrast. Ook Coltrane is dynamischer. Van Kelly horen we veel van zijn bekende ‘formules’ – die altijd goed werken! -, maar ook minder bekende uitingen, mogelijk een gevolg van de langere soloduur. Drummer Jimmy Cobb zit veel meer overal bovenop. (Dit alles in vergelijking met de Kind of Blue versie.)
*ON GREEN DOLPHIN STREET
Coltrane is gul met sheets of sounds. De reactie in het publiek: applaus en gefluit.
House of Hard Bop – Eric Ineke
Een aantal gegevens in deze tekst zijn ontleend aan het uitstekende boek: Kind of Blue – The Making of the Miles Davis Masterpiece van Ashley Kahn (met een voorwoord van Jimmy Cobb).
Foto: Jimmy Cobb. Van 1958 tot 1963 drumde hij bij Miles Davis
*) Klik voor het vorige programma (nr. 3) van deze serie
*) Klik voor het bijbehorende Nieuwsbericht