Chopin had zijn etudes opus 10 opgedragen “à son ami Franz Liszt”. Voor Liszt was dit eerbetoon een uitdaging: kan ik hier overheen?
Met zijn opus 10 had Chopin de concertetude uitgevonden: een werk dat een heel zwaar technisch probleem aanpakt en tegelijk ook muzikaal aansprekend is. Zulke werken werden de ultieme showstukken van virtuoze pianisten.
Liszt probeerde met zijn Études d’execution transcendentale Chopin te overtreffen. Zijn werken moesten minstens zo moeilijk en even lyrisch zijn. Bovendien moesten ze min of meer één geheel vormen, zodat ze – de naam zegt het al – als geheel konden worden uitgevoerd. Helaas kwam Liszt niet verder dan de helft van de cyclus: alleen de toonsoorten met mollen en zonder voortekens kwamen aan bod. Dat zijn alsnog twaalf geweldige stukken, vaak hondsmoeilijk, elk met een geheel eigen karakter en een eigen programmatische naam. Misschien komt het door hun moeilijkheidsgraad, maar deze werken worden nog altijd te weinig gespeeld. Gelukkig hebben we er hier vijf luisterklaar voor u.