Genre: Barok
Componisten/uitvoerenden: Georg Friedrich Händel | Georg Philipp Telemann | Heinrich Ignaz Franz von Biber | Johann Heinrich Schmelzer | Johann Sebastian Bach
Opnametechniek: Wijnand de Groot
De muziek die we horen omspant een eeuw, maar heeft een hoop gemeen.
Instrumentale muziek, eeuwenlang het domein van de populaire muziek, werd in de baroktijd een stuk belangrijker. Weliswaar werd het nog vaak gebruikt als achtergrondmuziek bij diners of als opvulling van pauzes in de opera, maar ‘serieuze’, hoog aangeslagen componisten gingen nu ook instrumentale stukken schrijven – iets wat tijdens de renaissance bijna ondenkbaar was.
De muziek die we hier horen komt uit de Duitse landen. De inspiratie komt echter uit Romaanse hoek. We horen Biber en Schmelzer, twee zeventiende-eeuwse violist-componisten die sterk hun oor te luisteren legden bij de Italianen. In Italië was eerder die eeuw de sonate tot bloei gekomen: een meerdelig stuk alleen voor instrumenten, dat ook voor de serieuze luisteraar iets te bieden had. Natuurlijk wilden Duitse componisten toen ook sonates schrijven.
In de achttiende eeuw kwamen er weer nieuwe genres tot bloei. De inspiratie kwam nog steeds vaak uit Italië, maar er was nu ook een Frans genre dat de grenzen overstak: de suite, ofwel een serie dansen in vaste volgorde. Er werden suites voor klavier alleen geschreven, voor een paar instrumenten en voor orkest. Telemann en Bach bereikten er een ongehoord hoog niveau mee. Händel noemt zijn orkeststukken nog “concerto grosso”, maar met zijn zes delen hebben deze werken heel veel weg van de suite.
Duitsers en Oostenrijkers die zich wagen aan hippe buitenlandse genres. Het bleek geweldig te werken.