Genres: Kunstlied | Romantiek
Componisten/uitvoerenden: Bohuslav Martinû | Vítězslava Kaprálová
Opnametechniek: Martin Claassens
Sprekende muziek in een onverstaanbare taal.
Duitstaligen hebben niet het alleenrecht op liederen. Natuurlijk is het lied bij hen geworden tot de kunstvorm zoals wij het kennen, maar de traditie gaat echt wel verder dan Schubert en Schumann. Nadat Duitse en Oostenrijkse componisten met hun liederen de concertzalen en huiskamers veroverden, werden velen geïnspireerd om net zoiets te gaan doen.
Natuurlijk gebeurde dat met poëzie uit eigen land, in de eigen taal. En dan kom je nog weleens voor een probleem te staan. Want ook in Tsjechië kwam een nationale school op. En wat moeten we met teksten in het Tsjechisch, een taal die de meesten van ons niet machtig zijn?
Gewoon luisteren is het devies. Tsjechische componisten laten hun gemoed wel spreken in de noten. Op vaak simpele teksten over verloren liefdes of dorpsjongens verzinnen ze melodieën die meteen diep doordringen – en die toch met hun tijd meegaan. Want er is leven na de romantiek. Dat maken de twee componisten op dit programma wel duidelijk.
Bohuslav Martinů (1890-1959) kent u waarschijnlijk, al was het maar van naam. Zijn gematigd moderne instrumentale muziek wordt met enige regelmaat in concertzalen gespeeld. In zijn liederen gebruikt hij soms volkspoëzie uit Moravië – de streek waar Martinů vandaan kwam, in tegenstelling tot bijna alle andere Tsjechische componisten (die Bohemers waren). De teksten in het Moravisch dialect komen indringend binnen door het contrast tussen hun ruwe authenticiteit en het moderne, dissonante idioom. De Twee liederen op negerpoëzie (aan dit woord werd in 1932 geen aanstoot genomen en in 2006, ten tijde van dit concert, ook niet) laten horen dat Martinů zijn inspiratie ook veel verder weg zocht.
Verder horen we ook muziek van een componiste van wie u waarschijnlijk nog nooit gehoord hebt. Vítězslava Kaprálová (1915-1940) mocht maar 25 jaar oud worden, maar schiep een niet kinderachtig oeuvre bij elkaar. In haar muziek toont ze zich een kind van haar tijd – op de goede manier, want de wijze waarop ze zo jong al een eigen idioom vindt is indrukwekkend. Natuurlijk kunnen we eindeloos nadenken over wat ze nog allemaal had vermogen als ze zeventig was geworden. Maar laten we vooral wat meer luisteren naar de muziek die ze wel geschreven heeft.