Genre: Barok
Componist: Georg Philipp Telemann
Opnametechniek: Steven Staples-Kampmeijer
Met Telemann ben je nooit klaar. Zelfs La Primavera weet er altijd iets nieuws uit te halen.
We hebben het eerder gezegd in deze rubriek: een van de grootste verworvenheden die de Oude Muziekbeweging op haar naam heeft staan is de herontdekking van Georg Philipp Telemann. Deze componist was bij leven mateloos populair, maar raakte na zijn dood snel in de vergetelheid. In de negentiende en twintigste eeuw gold hij als oppervlakkige veelschrijver. Vaak kwam zo’n oordeel van mensen die nooit een noot van zijn muziek gehoord hadden en al helemaal niet wisten dat Telemann beste vriendjes was met Bach, en onder meer de peetvader van diens zoon Carl Philipp Emanuel.
Toen vanaf de jaren zestig de ‘authentieke’ uitvoeringspraktijk opkwam, werd Telemann in sneltreinvaart herontdekt. Men kwam erachter dat hij inderdaad veel geschreven had, maar dat het hem nimmer aan inspiratie had ontbroken. Akkoord, misschien waren sommige van zijn cantates wat oppervlakkig en routinematig. Maar voor zijn instrumentale muziek gold dat zeker niet. Concerten, suites, sonates … steeds weer werden er nieuwe stukken ontdekt en altijd weer waren ze de moeite waard.
In dit concert horen we zes stukken die La Primavera voor de oren van Utrecht heeft uitgekozen. In triosonates spelen ze samen, maar we horen ook stukken voor viool, blokfluit en klavecimbel solo. Die solowerken tonen aan dat Telemann zich niet alleen bezighield met goed in het gehoor liggende muziek voor vorstelijke diners, maar dat ook de individuele ontwikkeling en cultivering van een instrument hem zeer interesseerde. Daarin verschilt hij uiteindelijk niet zoveel van Bach.