Geen piano, wel een drummer die de band leidt. Wat kunnen we verwachten?
Op het North Sea Jazz festival 2004 treedt een groep aan die de meeste mensen weinig zal zeggen. Achter de zeer algemene naam Matt Wilson blijkt een drummer uit het New Yorkse schuil te gaan. Hij wordt dat jaar veertig en heeft dan al jaren in het Either/Orchestra meegespeeld – een moderne bigband die in elk geval bij kenners wel een belletje doet rinkelen.
Nu probeert hij het dus solo. Over het algemeen is het een blazer of een pianist die een jazzcombo leidt. Om te drummen hoef je geen verstand te hebben van toonsoorten en akkoordenschema’s, dan moet je vooral het ritme beheersen. Maar Max Roach, Buddy Rich, Ari Hoenig en in eigen land Arend Niks hebben al overtuigend met dat stereotype afgerekend. En trouwens: haast elke grote drummer neemt wel een keer een solo-album op.
Tot een zwaar door drums gedomineerd concert leidt dit zeker niet. Wilson verzamelt twee saxofonisten en een bassist om zich heen, en het zijn vooral de saxofoons die op de voorgrond treden. Blazer Andrew D’Angelo zorgt ook voor een paar eigen nummers. Opvallende afwezige in dit kwartet is de piano. Jazzliefhebbers weten wat dat betekent. In een pianoloos kwartet ontbreekt een akkoordinstrument dat het patroon aangeeft. De saxen kunnen daardoor in hun solo’s flink losgaan – en reken maar dat ze van die mogelijkheid gebruik maken!