Componisten/uitvoerenden: Béla Bartók | Dmitri Sjostakovitsj | Zoltan Kodály
Opnametechniek: Wijnand de Groot
De drie componisten op dit programma zijn twintigste-eeuws. Dat wil nog niet zeggen dat ze ‘moeilijke’ muziek geschreven hebben.
In de twintigste eeuw had je de radicale vernieuwers, de visionaire wegbereiders die een heel nieuwe stijl schiepen. Je had ook componisten die zich daar tot het uiterste tegen verweerden en traditioneel bleven componeren. En je had een categorie daartussenin: componisten die wel begrepen dat er een nieuw tijdperk aanbrak, maar die voor de grote veranderingen de kat nog uit de boom keken.
De Hongaar Zoltan Kodály bijvoorbeeld werkte intensief samen met Béla Bartók. Kodály blijft veel meer trouw aan het geluid van de romantiek, maar toch … zonder Bartók had zijn muziek vast heel anders geklonken. Iets dergelijks geldt voor hun beider landgenoot Ernő von Dohnányi.
Dmitri Sjostakovitsj is nog een geval apart. Bij hem is de discussie altijd of hij volgens zijn geweten componeerde of dat hij zijn stijl uit angst voor vervolging aanpaste. De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. Stalin was not amused met zijn opera’s en liet dat heeft zeker invloed gehad. Anderzijds hadden componisten in hun kamermuziek meer vrijheid dan in de concertzaal. Er is dan ook een goede kans dat de Altvioolsonate van Sjostakovitsj wel klinkt zoals de componist haar gewild had.