De ene nieuwe golf is de andere niet. En toch…
Een nieuwe groep kunstenaars die de boel eens even flink wil opschudden noemt zich vaak ‘nieuwe golf’, of wordt door de buitenwacht van critici zo aangemerkt. Zo had je bijvoorbeeld de nouvelle vague, een stroming in de Franse film in de late jaren vijftig en en jaren zestig. We kunnen er ons heel goed een beeld bij vormen: het decadente Parijs van de artistieke avant-garde, Boris Vian, Jean-Paul Sartre, moderne jazz. De bossa nova is dan weer iets heel anders. Dat was rond dezelfde tijd – dat dan weer wel – de nieuwe generatie musici in Rio de Janeiro, die de vertrouwde samba mengde met invloeden uit de jazz. Bij new wave denken we weer aan iets anders. Dat was de synthesizermuziek die begin jaren tachtig – deels al een paar jaar daarvoor – in Engeland opkwam en het al heel gauw tot mainstreamgeluid schopte.
Nouvelle vague is een Frans-Engelse band die zich tooit met de naam van de filmbeweging, maar eigen de muzieksoorten bedoelt. Allebei. Nouvelle vague speelt namelijk Engelse nummers uit de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig in een bossa nova-stijl. Klassiekers uit new wave, punk, synthpop en gothic rock, vaak met een scherp alternatief randje, worden op z’n Braziliaans getooid. Voor wie toen jong was is dit vast een feest der herkenning. Voor andere generaties is het in elk geval een blikopener. Al te vaak is de muziek van dit decennium afgedaan als slap en oppervlakkig. Met deze makeover krijgen deze klassiekers de erkenning van buiten.