Genres: Piano | Romantiek
Componisten/uitvoerenden: Franz Liszt | Frédéric Chopin | Ludwig van Beethoven
Opnametechniek: Wijnand de Groot
Beethoven, Chopin en Liszt staren ons aan vanaf het programma. Een eerbiedwaardige, oudere Hongaar achter het zwartgelakte klavier.
De naam van György Sebők (1922-1999) duikt met regelmaat op in onze oude concerten. Hij is een pianist van het vooroorlogse type: een goedgetrainde, warmbloedige virtuoos met een breed repertoire maar een duidelijke focus. Soms breekt hij een lans voor nieuwere of onbekende componisten, niet zelden van Hongaarse bodem. Deze keer blijft hij bij het ijzeren repertoire. We horen meteen de Sonate pathétique, het werk waarmee Beethoven de pianosonate voorgoed tot hogere kunstvorm verhief.
Een componist als Chopin kon niet om Beethoven heen als hij zelf sonate schreef. Dat is goed te horen in zijn tweede sonate, in bes-klein. Deze sonate bevat de overbekende dodenmars, maar ook drie andere delen die de moeite meer dan waard zijn.
Een Hongaars pianist kan natuurlijk niet van het podium stappen zonder iets van Liszt te hebben gespeeld. Maar om dan een van de Hongaarse rapsodieën te spelen, dat vond Sebők te afgezaagd. In plaats daarvan kiest hij voor de Spaanse rapsodie. Kent u die, kennen wij die? Hoog tijd dus om er eens goed voor te zitten.