Beethoven en Mozart door het Chiaroscuro Kwartet
wo 18 mei 2016
Een reis van verstrooiing naar ernst. Een strijkkwartet? Voor ons is dat altijd een moment om er eens goed voor te gaan zitten. Al sinds het einde van de achttiende eeuw is dit het ultieme klassieke genre, een evenwichtige en eindeloos veelzijdige bezetting die in alle stijlen goed klinkt. Zelf jazz, pop en het modernste modern hebben gretig gebruik gemaakt van de aloude bezetting van twee violen, altviool en cello. In dit concert houdt het Chiaroscuro Kwartet het bij twee grootheden uit de klassieke periode: Mozart en Beethoven. De schaduw van een derde klassieke grootmeester hangt er onvermijdelijk over. Het eerste werk is een divertimento van Mozart. Hij schreef het stuk in zijn late tienerjaren. Mozart had op zijn reizen in Italië het strijkkwartet leren kennen – vermoedelijk door het werk van Sammartini. Bij de Italianen was het strijkkwartet een vrij pretentieloos stuk verstrooiingsmuziek: een uitgeklede symfonie, te spelen wanneer een orkest te duur, te aanwezig of gewoon te groot voor de beschikbare ruimte was. Mozart schreef in deze geest drie divertimeni, die zowel door kwartet als door strijkorkest kunnen worden uitgevoerd. Hier horen we de eerste optie. Een jaar of tien later ziet de wereld er al heel anders uit. Mozart woont nu in Wenen, en hij heeft kennis gemaakt met Haydn. Met diens muziek, maar ook met de persoon zelf. Haydn heeft het strijkkwartet de afgelopen jaren verheven tot een erudiete kunstvorm, waarin verrassingseffecten aan de orde van de dag zijn, waarin geleerde vormen als fuga's de ruimte hebben en waarin moeite wordt gedaan om alle instrumenten aan bod te laten komen. Een ontdekking die Mozarts leven verandert, zoals het leven van elke (Weense) componist erdoor verandert. Mozart schrijft een serie van zes ambitieuze 'Haydn'-kwartetten. Nadat Haydn er een paar gehoord heeft, geeft hij Mozart een geweldig compliment. Tegen vader Leopold zegt hij: 'Uw zoon is de grootste componist die ik ken.' • Mozart en Haydn gaan de jaren die volgen nog fanatiek door met kwartetten schrijven. Maar aan alles komt een einde. Rond 1800, als Mozart dood is en Haydn oud wordt, pakt Beethoven het genre op. Geen eenvoudige taak, want hoe moet je de grote Haydn nog overtreffen? Maar hij bedwingt de demonen en gaat door op de weg waar Haydn ophoudt. Vanaf zijn dertigste tot kort voor zijn dood op 57-jarige leeftijd schrijft Beethoven steeds nieuwe kwartetten, die steevast onontgonnen terrein verkennen. Het Strijkkwartet in Es, opus 74 is een kwartet uit zijn middenperiode, dat zich onderscheidt door zijn zorgeloosheid (bij Beethoven niet bepaald de regel!). Door de pizzicatonoten in het eerste deel kreeg de compositie de bijnaam 'Harpkwartet'.