Sanssouci | Concertzender | Klassiek, Jazz, Wereld en meer
Search for:
spinner

Sanssouci

za 24 jan 2026 10:00 uur

De eerste noten van het wonderkind.

Op 27 januari 1756 krijgen de Mozarts er een nieuw kind bij. De baby wordt Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus (=Amadeus) gedoopt. In de achttiende eeuw altijd een spannend moment. Zullen moeder en kind het overleven? En zullen ze de baby zien opgroeien? Het gezin heeft tot dan toe slechts één kind de luiers zien ontgroeien: Maria Anna, bijgenaamd Nannerl.

Maar zie, de kleine Wolfgang overleeft de baby- en peutertijd. En er is nog meer geluk voor vader Leopold, want na Nannerl blijkt ook Wolfgang al heel vroeg een natuurtalent op de toetsen. Amper vijf leert hij zijn eerste stuk spelen, en een paar dagen later begint hij zelf te improviseren! De trotse vader schrijft deze stukjes dadelijk op. Dat is boffen voor ons, want wij willen natuurlijk wel weten wat dit wonderkind te zeggen had.

Mozarts vroegste composities tonen een wonderbaarlijk leervermogen. In zijn allereerste stukjes doet hij nog niet veel meer dan clichés aaneenrijgen tot stukjes van één muzikale zin. Daarna schrijft Leopold een jaar lang niets op. Rond zijn zesde blijkt Mozart al menuetten met kop en staart te schrijven. In deze uitzending draaien we een aantal van deze vroege stukken; daarin kunnen we heel duidelijk de progressie van het jonge kind horen.

Leopold besefte dat hij met zijn wonderkinderen goud in handen had. Al gauw keek hij verder dan het provinciaalse Salzburg. Amper zes speelde Mozart al voor de keizerin in Wenen. Ook München wordt aangedaan. In juni 1763 vertrekt de familie op een grote internationale reis die uiteindelijk drieënhalf jaar zal duren. Op nieuwjaarsdag 1764 speelt Mozart in Versailles voor Lodewijk XVI.

In Parijs laat Leopold voor het eerst werk van Wolfgang drukken: een serie sonates voor viool en toetsinstrument. Dit genre is in die jaren in de mode. Meestal zijn het klaviersonates waarin de viool alleen de hoofdzaak meespeelt. Dat is commercieel handig, want zo zijn de stukken ook op klavier solo uit te voeren. De muziek is typisch rococo: eenvoudig van idioom en elegant van stijl. Mozart heeft zich in 1763 toegelegd op dit genre, en nu plukken zijn vader en hij daar de vruchten van.

Er zijn ook componisten die aan zo’n sonate nog een cellopartij toevoegen. In dat geval speelt de cello de baslijn van het klavier mee. Die kun je dus ook weer naar believen weglaten. Ook zulke werken schrijft Mozart in Parijs. In zijn vroege pianotrio’s schrijft hij eigenlijk een fluit voor als melodie-instrument, maar – flexibiliteit alom – als je wilt kun je daar ook een viool voor gebruiken.

In Parijs hoort Mozart natuurlijk ook veel muziek van anderen. Op het moment dat de familie Franse hoofdstad is, heerst daar net een rage rondom (vaak Duitse) pianovirtuozen. De kleine Wolfgang doet alle indrukken begerig op. Hij begint nog niet zelf pianosonates te schrijven, maar bestudeert de werken grondig. Wat de familie in Parijs aan muziek koopt, verwerkt Mozart een paar jaar later. Zijn eerste vier pianoconcerten zijn namelijk niet van hemzelf, maar bestaan uit sonatedelen van andere componisten. Mozart heeft ze bij elkaar gezocht en schreef er orkestpartijen bij. Tot diep in de negentiende eeuw heeft men dit niet geweten. Immers: wie kende toen die oude componisten nog waarop Mozart zich gebaseerd had? Maar het derde concert sluit af met een deel van Carl Philipp Emanuel Bach, en die was toch wel iets bekender gebleven. Zo kwam men er stuk voor stuk achter wie er achter die vroege concerten zat. Dit derde concert gaan we vandaag horen.

Afspeellijst

  1. Andante in C, KV 1a
  2. Allegro in C, KV 1b
  3. Allegro in F, KV 1c
  4. Menuet in F, KV 1d
  5. Menuet in G, KV 1
  6. Menuet in F, KV 2
  7. Allegro in Bes, KV 3
  8. Menuet in F, KV 4
  9. Menuet in F, KV 5
  10. Sonate voor viool en klavier in C, KV 6
  11. Sonate voor viool en klavier in D, KV 7
  12. Trio voor fluit, klavier en cello in C, KV 10
  13. Pianoconcert nr. 3 in D, KV 40, naar werk van:

– Leontzi Honauer (opus 2, nr. 1)
– Johann Gottfried Eckard (opus 1, nr. 4)
– Carl Philipp Emanuel Bach (Wq. 117)

Uitvoerenden

Martino Timiro (piano) (KV 1a-5)

Alina Ibragimova (viool), Cédric Tiberghien (piano) (KV 6, 7)

Eckart Haupt (fluit), Friedwart Dittmann (cello), Arkadi Zenziper (piano) (KV 10)

Jean-Efflam Bavouzet (piano), Manchester Camerata o.l.v. Gábor Takács-Nagy (KV 40)

Samenstelling:
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan