Radio Muziek-essay
zo 31 mei 2026 12:00 uur
Afl. De psalm, dl. 1. Met het psalmzingen in velerlei vormen. Van gregoriaans tot Midden-Oosters, van Hildegard tot Händel. 'Halleluja! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte! Looft Hem vanwege Zijne mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid! Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp! Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel! Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid! Alles, wat adem heeft, love den Heere! Halleluja!' • Psalm 150, de slotpsalm, in de Statenvertaling. Een loflied voor God, dat moge duidelijk zijn! Zoals alle voorafgaande psalmen ook lofliederen zijn. Poëtische lofliederen, zowel naar vorm als inhoud. Duizenden jaren oud zijn ze, al komen ze lang niet uit dezelfde tijd. Maar ten slotte werden ze verzameld en opgetekend in het geschrift Tehillim (Lofliederen, inderdaad), deel van de Joodse Tenach. De Tenach komt in grote lijnen overeen met het Bijbelse Oude Testament. Daarin vinden we de tehillim terug onder de titel Psalmen. Hoe voerden de Joden hun psalmen destijds uit? Psalm 150 onthult veel over de instrumenten. Verder werd er met de handen geklapt en gedanst, terwijl de tekst al zingend als poëzie werd voorgedragen. Vaak zongen twee groepen zangers om de beurt een couplet (antifonaal), of zong de koorleider een vers waarna de anderen telkens antwoordden met hetzelfde refrein (responsoriaal). Het moet een levendig schouwspel zijn geweest, in de tempel van Jeruzalem of in de synagogen. Lang verhaal heel kort: onder invloed van het christendom raakte men ook in Europa met de psalmen vertrouwd. Vandaag hoort u er verschillende toonzettingen van. Het Exsultabunt Domino is, evenals het Regem cui overigens, een onderdeel van de gregoriaanse Dienst voor de overledenen; psalm 51, beter bekend als Miserere mei, vormt de grondslag. Händel maakte voor The King shall rejoice gebruik van psalm 21, Trombetti van psalm 100, toen hij zijn achtstemmige Jubilate Deo voor blazers schreef. Het Laudate Dominum is misschien wel de bekendste psalm (nr. 117). Het is ook de kortste. Op de speellijst Monteverdi's versie. Verder kunt u muziek beluisteren waarin de zogenaamde kleine doxologie is opgenomen. De doxologie bestaat uit een aantal standaardregels waarin de Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden verheerlijkt. Traditioneel volgt een afsluitend Amen ('Zo zij het'). De grote doxologie kennen we vooral als het Gloria in excelsis Deo. De kleine luidt: 'Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto. Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in saecula saeculorum. (Amen.)' Oftewel: 'Eer aan de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. (Amen.)' In christelijke liturgieën diende en dient de kleine doxologie ter afronding van bijvoorbeeld een psalm, hymne of gebed. Maar eigenlijk is ze een psalmpje op zich. Een christelijk psalmpje. Von Bingens Spiritus sanctus vivificans en het anonieme Soli nitorem zijn strikt genomen geen psalmen. Maar ze hebben er veel mee gemeen: beide zijn religieuze lofzangen, en de tekst mag je zonder meer dichterlijk noemen. Hildegard eindigt haar lied – voor haar bepaald niet ongewoon – met de kleine doxologie. Het begint er ook mee, in instrumentale vorm (een harp). In Soli nitorem weerklinkt de doxologie als een lang melisme. Hoe anders klinkt die doxologie in de Koptisch-Arabische traditie. Dat kunt u horen in een opname van een Nazareense kerkdienst. Waarmee we weer terug zijn in het Midden-Oosten. De Jemenitische Joden aldaar kennen een ongebroken zangtraditie, die ergens in de bijbelse oudheid is ontstaan. Opnamen van een ceremonieel lied en het Lied van Mozes leggen die traditie voor ons bloot. Aldus zeggen ze misschien ook wel iets over de psalmen, hoe die oorspronkelijk, heel lang geleden, geklonken moeten hebben. Speellijst: • Georg Friedrich Händel – Uit Coronation Anthem no. 3, HWV 260: The King shall rejoice – English Chamber Orchestra en Choir of King's College Cambridge o.l.v. Sir David Willcocks • Hildegard von Bingen – Spiritus sanctus vivificans [live] – Studio Laren: Tirtsa de Vries (sopraan) • Anoniem (12e eeuw) – Soli nitorem [live] – Studio Laren • Traditional – Ceremonieel lied – Yehiel Adaki e.a. Traditional – Uit het Officium defunctorum: Regem cui – Schola Cantorum of Amsterdam Students o.l.v. Wim van Gerven • Traditional – Lied van Mozes (Exodus XIV, 30) – Zion Nahar • Traditional – Uit het Officium defunctorum: Exsultabunt Domino – Schola Cantorum van het Ward-Instituut o.l.v. Louis Krekelberg • Claudio Monteverdi – Uit Selva morale e spirituale: Laudate Dominum, SV 287 – Catherine Bott (sopraan) en New London Consort o.l.v. Philip Pickett • Ascanio Trombetti – Jubilate Deo a 8 – Concerto Palatino • Deel van een ochtenddienst in de Koptische kerk van Nazareth • Klokgelui uit de Koptische kerk van Nazareth • Traditional – Si quis sermonem – In Dulci Jubilo o.l.v. Alberto Turco • Dit programma werd eerder uitgezonden op 7 oktober 2001.