Feestelijke muziek uit Oezbekistan
De landen van Centraal-Azië – Turkmenistan, Oezbekistan, Tadjikistan, Kazachstan en Kirgizistan – zijn tegelijkertijd oud én nieuw. Ze zijn oud, omdat ze kunnen bogen op een cultuur die terug gaat tot in de Oudheid, en nieuw omdat ze, als nationale identiteit gecreëerd door het Sovjetregime, sinds hun onafhankelijkheid in het laatste decennium van de vorige eeuw een leven als ‘nationaalstaat’ leiden. Voor de annexatie door eerst de Tsaren en daarna de Sovjet-Unie, was Centraal-Azië opgesplitst in verschillende emiraten of khanaten, niet geheel anders dan stadstaten van het 17de eeuwse Italië. Alim Khan (1880-1944), de laatste emir van Bukhara, heeft het volgehouden tot in de jaren twintig van de vorige eeuw, alvorens voor de Sovjets op de knieën te gaan.
De moderne staat Oezbekistan kan bogen op de meest prestigieuze oude cultuursteden van heel Centraal-Azië. Bukhara bijvoorbeeld was ooit een van de belangrijkste steden van het islamitische cultuurgebied, waar beroemde schriftgeleerden aan hoogaangeschreven madrasa’s doceerden, een soort religieuze universiteit. Het schitterende Samarqand, hoofdstad van diverse dynastieën, spreekt nu nog tot de verbeeldenig van menig westerling als decor voor verhalen van Duizend-en-één-Nacht. Tashkent in het oosten van het land is de hoofdstad van de moderne staat Oezbekistan en thuisbasis voor het ensemble Naqshi Navo. Tashkent mag dan niet kunnen bogen op de architecturale pracht van Bukhara en Samarqand, het is toch een stad met een oude traditie en het zenuwcentrum van het land.
In Centraal-Azië coëxisteren vanouds twee verschillende culturen: de sedentaire Perzische en de nomadische Turkse. De eerste ontwikkelde zich in de oasesteden, de tweede had de eindeloze steppes als biotoop. Waar de Turkse muziek van de steppes zich vooral uitte in dynamische, epische liederen, meestal begeleid door een langhalsluit, zonder percussie, zo ontwikkelde de stedelijke, Perzischtalige cultuur een ensemblerepertoire van vocale en instrumentale suites, ‘maqam’ genoemd. De nomadische, Turkse muziek is puur oraal, georiënteerd op actie en beschrijft feiten. De Perzische urbane cultuur kent een geschreven traditie, is op contemplatie georiënteerd en beschrijft affecten. De nomadische muziek beschrijft de weg (yol), de sedentaire muziek beschrijft de plaats, de toestand (maqam).
In het ensemble zijn naast de stemmen getokkelde langhalsluiten zoals dotar en tanbur, gestreken vedels en de lijsttrom doira de belangrijkste instrumenten. Deze ensembles kunnen naargelang de gelegenheid aangevuld worden met diverse andere instrumenten. Hoewel de suites sinds de 18de eeuw een vaste vorm hebben, is het heel gebruikelijk dat de verschillende delen ad libitum onderbroken worden door stukken met een lichtvoetiger karakter. Deze stukken ontlenen hun inspiratie veelal aan eeuwenoude, anonieme, vocale of instrumentale melodieën.
Het ensemble Naqshi Navo brengt een programma met klassieke stukken uit het traditionele maqam-repertoire en composities uit het volksere repertoire, liederen en instrumentale compostities voor allerlei soorten feesten. Om het bezoek van 17de-eeuwse Venetiaanse gezantschappen aan de centraal-Aziatische hoven te herdenken, speelt het ensemble deze muziek in een ceremoniële stijl waar blaasinstrumenten een rol in spelen.
Hoe de muziek die ter ere van het bezoek van Italiaanse gezantschappen die in de 17de eeuw de Centraal-Aziatische hoven bezochten heel precies geklonken heeft, blijft vooralsnog voer voor musicologen. Maar gezien het feit dat de emirs van de khanaten niet krenterig waren en hun gulheid als het aankwam op artistiek decorum even royaal demonstreerden als hun Florentijnse of Venetiaanse ambts- en tijdgenoten, mogen we aannemen dat de klanken van Naqshi Navo een muzikale echo zijn van weleer, hier in het emiraat van de Oude Muziek.