Flamenco in onversneden vorm.
We krijgen allemaal van jongs af aan een beeld mee van flamenco: danseressen in flamboyante jurken, castagnetten, gitaren en een hoop olé. Oppervlakkigheid troef, want dat clichébeeld kennen we al jaren.
Maar … als we dan een met echte flamenco geconfronteerd worden, voelt het helemaal niet meer uitgekauwd of toeristisch. Het is echte volksmuziek, die behoorlijk sterk tegen de Arabische muziek aanleunt en die voor de grootste druk van het toerisme niet bezwijkt – daarvoor houden de Spanjaarden er zelf gewoon te veel van.
In dit programma horen we de Compañía Marisol Valderrama. Valderrama werd geboren in Brussel maar heeft haar wortels gewoon in Andalusië – in Cádiz zelfs, de havenstad die het meest met deze muziek geassocieerd wordt. Dansen werd haar dan ook al met de paplepel ingegoten.
Hoewel Valderrama ook wel modernere voorstellingen doet, waarin meer een brug wordt geslagen tussen de traditie en de moderniteit van haar geboorteland, zien en horen we hier vooral die traditie terug. In acht dansen laat ze zien hoe een flamenco-avond eruit ziet. Alleen tijdens de toegift slaat ze aan het tapdansen.