
za 19 sep 2026, 17:00 uur – House of Hard Bop.
In het voorjaar van 1960 verlaat Coltrane het kwintet van Miles Davis, en begint voor zichzelf. Wij gaan met hem mee. Atlantic Records produceert in 1960 drie albums: My Favorite Things, Coltrane Jazz en Coltrane Plays the Blues. In zijn nieuwe kwartet is hij omringd door pianist McCoy Tyner, bassist Steve Davis en drummer Elvin Jones. Tyner en Jones zullen jarenlang bij hem blijven. En naast het leiderschap, en de bezetting, is er nóg een nieuwe factor: de sopraansax!
Eerder in dat jaar (1960) in Parijs met het Miles Davis Kwintet, had Coltrane een sopraansax cadeau gekregen. Van Davis. (Vooruitziende blik?) Het niet breed bespeelde instrument in de jazz, met zijn eigen kleurkarakter en mogelijkheden, intrigeerde hem onmiddellijk. Er volgden maanden van studie en uitproberen – ook op de bühne. Eenmaal in de studio, in oktober, was hij er helemaal klaar voor.
My Favorite Things
Coltrane had het titelstuk van de plaat, een song uit de musical The Sound of Music van Rodgers & Hammerstein, inmiddels al maandenlang gespeeld – iets waar hij na deze opname mee door ging. De melodie bleef intact, maar de akkoorden maakten plaats voor modaal gekleurde samenklanken boven een continue grondtoon E. Een flinke ingreep die de ‘vorm’ van het stuk onderuit haalt. De voortdurende herhaling maakt de sfeer ‘meditatief’. Een basis waarboven Coltrane zijn nieuwe ideeën betreffende melodische improvisatie kon uitleven.
Dit 14 minuten lange stuk maakte de lp tot een artistiek en zelfs commercieel succes. En Coltrane over My Favorite Things: “My favorite piece of all those I have recorded.”
Ev’ry Time We Say Goodbye
Ook deze compositie van Cole Porter is een standard uit het Great American Songbook. Een afkoeling na het vorige stuk. Langzaam tempo. En bassist Steve Davis kan na de herhaalde E van het vorige stuk weer zijn routes uitstippelen door een akkoordenschema.
Summertime
Inderdaad – alle stukken op deze plaat zijn standards. De laatste twee van Gershwin. Maar al in de eerste vier maten horen we Coltranes eigen draai: ‘overmatige’ akkoorden, en de bijbehorende heletoonsreeks. Dat klinkt zweverig, dromerig, en genereert spanning. In de circulaire vorm blijven ze terugkeren. Coltrane nu op tenor.
Drummer Elvin Jones komt in dit stuk flink naar voren. In zijn karakteristieke stijl – die hij later nog verder zal uitbouwen – laat hij zich ook solistisch horen. Onder andere in een boeiend spel tussen drums en bas.
But Not for Me
Ook hier horen we in de eerste maten afwijkende harmonieën. Én zelfs een eigenwijze toon in het thema…
————————–
Village Blues
Een eigen stuk van Coltrane op de plaat Coltrane Jazz. De compositie stelt melodisch weinig voor – de bluesvorm is leidend.
————————-
Coltrane Plays the Blues
Dit is geen conceptalbum, maar een verzameling bluesstukken, samengesteld door Atlantic.
- Blues to Bechet is opgedragen aan sopraansaxofonist Sidney Bechet (1897-1959). Een triobezetting zonder piano, wat een fellere spotlight zet op de blazer, hier op sopraan. Hij wisselt korte, eenvoudige frases af met ritmische uitschietingen in het hoge register. Bassist Steve Davis blijft onverstoorbaar bij zijn vier-in-de-maat; drummer Elvin Jones beweegt, accentueert, en voert tegen het einde geleidelijk zijn klanksterkte op. Verrassende eenstemmigheid in de slotformule tussen bas en sax.
- Na het vorige stuk laat Mr. Syms horen hoe blues (meervoud) kunnen verschillen. Het karakterverschil is na twee maten al direct hoorbaar. Waar de vorige blues het simpel houdt, horen we nu een genuanceerde compositie als thema.
House of Hard Bop – Eric Ineke