Concertzender | Klassiek, Jazz, World en meer
Search for:
spinner

Dwarsliggers & Buitenbeentjes

wo 14 okt 2026 19:00 uur

Afl 7 in de serie West Coast Jazz

In de nazomer van 1952 wordt de 25-jarige baritonsaxofonist Gerry Mulligan plotseling wereldberoemd, met zijn pianoloze kwartet, waarin de 22-jarige Chet Baker trompet speelt. De groep is nauwelijks een jaar bij elkaar geweest: in juli 1952 gaat het kwartet van start in een kleine club met slechts 85 zitplaatsen, The Haig in Los Angeles, om in juni 1953 alweer uit elkaar te vallen. De oorzaak: Gerry Mulligan moet, wegens bezit van heroïne, een gevangenisstraf van een half jaar uitzitten in de Sheriff’s Honor Farm in Los Angeles. Deze gevangenis was opgezet als een penitentiair complex met een mild regime, met akkers, weilanden, boomgaarden en boerderijen op een terrein van ong. 1200 hectare. Door arbeid op het land en in de stallen hoopt Justitie de gedetineerden van hun verslaving af te helpen. Bij Gerry Mulligan heeft deze aanpak geholpen: hij heeft na 1953 nooit meer een gevangenis van binnen gezien. Maar zijn kwartet bestond niet meer: Chet Baker, met zijn filmster-achtige uiterlijk, had al snel door dat hij even beroemd was als zijn werkgever, en omdat hij niet tevreden was met zijn sideman-honorarium, besloot hij om met een eigen kwartet aan de slag te gaan. Om de breuk met Mulligan nog radicaler te maken gaat Baker van start met een kwartet waarin de pianist Russ Freeman van de partij is.

Als Mulligan weer vrij man is blijft hij trouw aan het concept van het pianoloze kwartet: de ventieltrombonist Bob Brookmeyer wordt de opvolger van Chet Baker. Met zijn boertige, expressieve, enigszins sarcastische spel is Brookmeyer voor Mulligan de ideale partner.

Maar eigenlijk had Gerry Mulligan al wereldberoemd moeten zijn, voordat hij met zijn pianoloze kwartet op de proppen kwam. Over de bijdrage van Gerry Mulligan aan het Birth of the Cool-project, waarvoor de basis werd gelegd in repetitielokalen en spaarzame live-uitvoeringen tussen 1948 en 1950, gaat het in deze uitzending. Pas in de tweede helft van de jaren vijftig verscheen het eerste Birth of the Cool-album met alle (twaalf) composities, dus met inbegrip van het grotendeels mislukte Darn That Dream, waarvoor Gerry Mulligan het arrangement heeft geschreven.

Het heeft Mulligan altijd pijn gedaan dat Miles Davis en Gil Evans als de grote grondleggers van Birth of the Cool werden beschouwd en dat Mulligans aandeel werd gebagatelliseerd. In 1992 stond hij in de studio om met dezelfde instrumentatie maar met grotendeels andere muzikanten de twaalf stukken van Birth of the Cool nogmaals vast te leggen. Het heeft er veel van weg dat Mulligan het oorspronkelijke repertoire wat wilde opfrissen door de ritmesectie moderner en stuwender te laten spelen en door meer solisten per nummer hun zegje te laten doen. Er is in ieder geval een stuk dat aan een oneindig sterkere interpretatie werd geholpen. De uitvoering door de zanger Kenny Hagood werd als mislukt beschouwd en werd op sommige uitgaven van “the complete” Birth of the Cool welbewust weggelaten. Kenny Hagood klinkt nogal bombastisch en zijn veel te overdadige vibrato staat haaks op de ingetogen, beheerste, gepolijste toon die in dit gezelschap wordt nagestreefd. Bovendien klinkt de versie van Hagood erg statisch en brokkelig; hij heeft totaal geen grip op de song gekregen die daardoor ieder momentum mist.

De recreatie van Darn That Dream maakt van dit muurbloempje een volwaardig lid van de familie Gerry Mulligan heeft niet lang hoeven piekeren voor hij wist wie de ideale vervanger zou zijn: de zeker niet meer piepjonge zanger Mel Tormé, die op zijn 66ste nog altijd over een enthousiast, jongensachtig, loepzuiver geluid bleek te beschikken. Ongetwijfeld was Gerry Mulligan gevleid door een hele reeks albums door de tandem Mel Tormé/Marty Paich waarin gebruik werd gemaakt van een Birth of the Cool-achtige instrumentatie. Die reeks was begonnen in 1956 met Mel Tormé with the Marty Paich Dek-tette (Bethlehem) en leidde via Mel Tormé sings Fred Astaire (Bethlehem) in 1960 naar Mel Tormé swings Shubert Alley (Verve), een collectie van 12 songs uit The Great American Songbook. Het zal Mulligan extra veel plezier hebben bezorgd dat in een van de Paich/Tormé herscheppingen —Whatever Lola wants— bijna achteloos Bernie’s Tune even wordt geciteerd. Net zoals Mulligan dat in 1946 met Ornithology van Charlie Parker had gedaan in zijn arrangement van How High the Moon voor de big band van Gene Krupa.

Vele jaren later, in 1988, werd de Birth of the Cool-instrumentatie nog twee keer eer bewezen door Paich/Tormé: een studio-album, Reunion, en een live-album: In Concert-Tokyo (Concord). Zowel het studio-album als het live-album bewezen dat de tand des tijds geen vat had gekregen op de stem van Tormé of op de arrangeurs-inventiviteit van Paich.

Mulligan en Tormé begrijpen elkaar blindelings. Met zijn betrokkenheid bij Darn That Dream, de enige song uit het Birth of the Cool-programma, bewijst Mel Tormé drieënhalf jaar later dat hij nog steeds in een benijdenswaardige vorm verkeert. In de nieuwe versie is niet alleen solistische ruimte beschikbaar voor de trompettist Wallace Roney, maar ook voor de pianist John Lewis en de bariton van Gerry Mulligan. Net als Marty Paich weet Gerry Mulligan de stem van Tormé op een geniale manier te verbinden met de instrumentale bijdragen van het Nonet. De nieuwe versie duurt twee minuten langer dan het origineel en weet tot de laatste split second te boeien.

PS: Marty Paich (1925-1995) en Mel Tormé (1925-1999) hebben vaker met elkaar samengewerkt, maar dan met andere bezettingen (conventionele big bands of variabele groepen met strijkers) dan de vijf Birth of the Cool-achtige projecten die ik hierboven heb aangehaald.

 

Speellijst

  1. Jeru (Gerry Mulligan) (3:12) solo’s: Davis/Mulligan
  2. Jeru (Mulligan) (4:40) solo’s: Roney/Woods/Mulligan/Johnson
  3. Godchild (George Wallington) (3:08|) solo’s: |Davis/Mulligan/Winding
  4. Godchild (Wallington) (4:09) solo’s: Roney/Woods/Bargeron/Lewis/Mulligan
  5. Venus de Milo (Mulligan) (3:10) solo’s: Davis/Mulligan
  6. Venus de Milo (Mulligan) (4:13) solo’s: Roney/Mulligan/Woods
  7. Deception (Miles Davis) (2:46) solo’s: Davis/Johnson
  8. Deception (Davis) (4:39) solo’s: Roney/Mulligan/Woods/Johnson/Bargeron
  9. Rocker (Mulligan) (3:03) solo’s: Davis/Konitz/Mulligan
  10. Rocker (Mulligan) (:05) solo’s: Roney/Woods/Mulligan
  11. Darn That Dream (Jimmy van Heusen-Eddie DeLange) (3:23)
    solo’s: Kenny Hagood/Davis
  12. Darn That Dream (Van Heusen-DeLange) (5:22) solo’s: Mel Tormé/Roney/Lewis/Mulligan
  13. How High the Moon (Morgan Lewis-Nancy Hamilton) (3:19)
    solo’s: Charlie Kennedy (altsax) Dick Taylor (trombone), Red Rodney (trompet) Charlie Ventura (tenorsax)
  14. Disc Jockey Jump (Gerry Mulligan) (3:08)
    solo’s: Charlie Kennedy (altsax) Dick Taylor (trombone), Gene Krupa (drums) Buddy Wise (tenorsax) Don Fagerquist (trompet)

 

Bezettingen

  • Track 1, 3: Miles Davis (trompet) Kai Winding (trombone) Junior, Collins (hoorn) Bill Barber (tuba) Lee Konitz (altsax) Gerry Mulligan (baritonsax) Al Haig (piano) Joe Shulman (bas) Max Roach (drums)
    Opname: NYC, 23 januari 1949
  • Track 5.: Miles Davis (trompet) Jay Jay Johnson (trombone) Sandy Siegelstein (hoorn) Bill Barber (tuba) Lee Konitz (altsax) Gerry Mulligan (baritonsax) John Lewis (piano) Nelson Boyd (bas) Kenny Clarke (drums)
    Opname: NYC, 22april 1949
  • Track 7, 9, 11: Miles Davis (trompet) Jay Jay Johnson (trombone) Gunther Schuller (hoorn) Bill Barber (tuba) Lee Konitz (altsax) Gerry Mulligan (baritonsax) John Lewis (piano) Al McKibbon (bas) Max Roach (drums) Kenny Hagood (zang) (track 11)
    Opname: NYC, 9 maart 1950
  • Track 2, 4, 6, 8, 10, 12: Wallace Roney (trompet) Dave Bargeron (trombone) John Clark (hoorn) Bill Barber (tuba) Phil Woods (altsax) Gerry Mulligan (baritonsax) John Lewis (piano) Dean Johnson (bas) Ron Vincent (drums) Mel Tormé (zang) (track 12)
    Opname: 29, 30, 31 januari 1992
  • Track 13: Gene Krupa and his Orchestra (4 trompetten, 4 trombones, 5 saxofoons, piano/gitaar/bas/drums)
    Opname: NYC, 27 mei 1946
  • Track 14: Gene Krupa and his Orchestra (4 trompetten, 4 trombones, 5 saxofoons, piano/gitaar/bas/drums)
    Opname: NYC, 22 januari 1947

 

Vindplaatsen

  • Gerry Mulligan Quartet: The Original Quartet with Chet Baker (2 cd’s), Pacific Jazz (1998)
  • Miles Davis: The Complete Birth of the Cool, Capitol Jazz (1998)
  • Gerry Mulligan: Re-Birth of the Cool, GRP (1992)
  • Gerry Mulligan: Mullenium, Columbia Legacy (1998)

 

Samenstelling & presentatie:
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan