
za 17 okt 2026, 17:00 uur – House of Hard Bop.
Oktober 1960 is een productieve maand voor saxofonist/componist/bandleider John Coltrane. In de New Yorkse studio van Atlantic Records worden maar liefst drie platen opgenomen: My Favorite Things, Coltrane Plays the Blues en Coltrane’s Sound. In de vorige uitzending *) hoorde u daar al het nodige van – in dit programma vervolgen wij met drie stukken van Coltrane Plays the Blues en zes stukken van Coltrane’s Sound.
Het is de derde opnamesessie van pianist McCoy Tyner met Coltrane, de tweede van drummer Elvin Jones – het begin van een jarenlange samenwerking. Aan de bas staat Steve Davis. Hij wordt al snel opgevolgd door Reggie Workman, en daarna door Jimmy Garrison. Met Garrison ontstaat een kwartetbezetting die vele jaren bij elkaar blijft en onder leiding van Coltrane een stilistische ontwikkeling doormaakt. “Four pistons in an engine” (uitspraak toegeschreven aan Tyner). Garrison blijft bij Coltrane tot diens dood in 1967.
Coltrane Plays the Blues
Een album met uitsluitend instrumentale blues, werkt dat? Ervaar de hoge variatiefactor in de volgende drie composities.
- De langzame Blues to Elvin (in Es) opent met een opvallend traditioneel piano-intro. Een relaxte opening van dit uur. Dat gaat ook op voor de solo’s van tenorist en pianist.
- Blues to You (in Bes) tapt uit een ander vat. Geen intro, nauwelijks een thema, een pittig tempo. Coltrane breidt hier zijn actieradius flink uit. Drummer Jones – blij met dit tempo? – kan zijn energie kwijt. Hij ageert, reageert en gaat het vier-om-vier spel aan met Coltrane. En pianist Tyner? Even naar buiten?
- Het kan altijd anders. Mr. Knight begint met een langdurige herhaling van twee bastonen (B) – een tweematig ritmisch motief. Uitgerekte opbouw via drums, daarna piano, waarna sax. De twaalfmatige vorm wordt geaccentueerd door de afwijkende maten 9 en 10. Dat blijft zo. Bassist Davis handhaaft zijn ritmisch motief op twee bastonen B, drummer Jones blijft bij zijn ‘latin’ begeleiding. Maar in alle maten 9 en 10 gaat de bas ‘walking’ en varieert de drummer zijn vaste figuur.
————————————————–
Coltrane’s Sound
Dit album is een mix van standards én eigen composities van Coltrane. De standards ondergaan een flinke behandeling.
- The Night Has a Thousand Eyes (Buddy Bernier/Jarry Brainin) is een filmsong uit 1948, door vele muzikanten op de plaat gezet. Coltrane geeft zijn eigen draai aan het stuk. Structurele afwisseling tussen twee vormdelen met een eigen karakter. Boeiende cohesieve spanning tussen de vier muzikanten.
- Central Park West (Coltrane) neemt terug in tempo en intensiteit. Coltrane hier op sopraansax. Zoals elk muziekstuk is ook dit te genieten zonder bewustzijn en kennis van harmonie en vorm. Voor de geïnteresseerde: het vormschema bestaat uit 10 maten – afwijkend dus van de veel voorkomende 12, 16, 32, enz. En de relatie tussen de belangrijkste harmonische grondtonen is hier een tertsrelatie. Dat is tamelijk nieuw in de jazzharmonie, verbonden aan de naam Coltrane. In de maten 1 t/m 6 valt dat goed te volgen – de bas maakt sprongen. Die bas blijft daarna hangen op één toon, vanaf maat 7 t/m maat 10. Dat geeft die vier maten iets ‘meditatiefs’.
(Voor nadere uitleg: Klik voor ‘Central Park West’ en Klik voor ‘Coltrane Changes’.)
- Liberia (Coltrane) is genoemd naar het West-Afrikaanse land, opgericht als ‘thuisland’ voor Afro-Amerikanen. Kent u het stuk ‘A Night in Tunisia”? Liberia heeft overeenkomsten – en niet alleen geografisch – met die compositie. Vlammende solo’s van Coltrane én pianist McCoy Tyner.
- Body and Soul. Deze hooggewaarde standard werd in 1939 op de plaat gezet door saxofonist Coleman Hawkins. Het werd zijn nationale doorbraak. Ook de interpretatie van Coltranes kwartet heeft een duidelijke signatuur. Enkele kenmerken worden al in de intro geëxposeerd: langdurig herhaalde bastonen, en daaraan gekoppeld de herhaling van pianist Tyners stevige blokakkoorden. Ook opvallend is het gebruik van zweverige, ‘overmatige’ akkoorden, gekoppeld aan ‘heletoons’ figuren in de melodie.
- Satellite. Triobezetting zonder piano.
Saxofonist Sonny Rollins begon al in 1957 met een vaste bezetting van sax, bas, drums – dus geen piano, geen orgel, geen gitaar. Dat beviel hem goed. Why not? Geen slagwerk? Geen bas? Luister naar pianist Oscar Peterson met alleen bassist Hiels-Henning; pianist Misha Mengelberg met alleen slagwerker Han Bennink. Missen we iets?
- 26-2 staat bekend als gebaseerd op Charlie Parkers Confirmation. Dan kan zijn, maar zoveel is daar niet van te merken. Wat we wél horen zijn tertsrelaties tussen akkoorden, de zogenaamde Coltrane Changes (zie ook Central Park West). De altijd druk aanwezige McCoy Tyner houdt zich stil achter de tenorsolo. Na de pianosolo een opvallend moment. Sopraansax!
En luister tijdens de tenorsolo eens naar Elvin Jones. Zijn accenten. Zou niet meevallen om die allemaal in muzieknotatie te vangen. Wat een drummer!
House of Hard Bop – Eric Ineke
*) Joh Coltrane Centennial 5 – KLIK voor het programma. KLIK voor het bijbehorende Nieuwsbericht.