Genres: Barok | Koormuziek | Orgel | Rococo / preklassiek
Componisten/uitvoerenden: Carl Philipp Emanuel Bach | Johann Andreas Bach | Johann Christoph Bach | Johann Sebastian Bach
Opnametechniek: Jos van der Linden
Bach had vier componerende zonen. Maar ook zijn andere familie mocht er beslist zijn!
Bach heeft de tongen nogal losgemaakt. Hijzelf wordt natuurlijk wijd en zijd beschouwd als de grootste componist ooit, maar de familie Bach was al generaties lang muzikaal actief. Bach zelf gaf die traditie door aan zijn omvangrijke kroost, en met succes: maar liefst vier zoons werden componist en twee hoorden tot de absolute toppers van hun tijd. Muzikaliteit moet haast wel erfelijk zijn, denk je als je dat zo ziet. Helaas – nou ja, verwarrend genoeg – heeft later onderzoek die conclusie behoorlijk in twijfel getrokken. We moeten het dus doen met: de Bach-dynastie heeft ons uitzonderlijk veel prachtige muziek gebracht.
In dit concert van de Domcantorij, uit 2002 alweer, horen we drie generaties Bach. Johann Sebastian aanwezig, natuurlijk, maar neemt niet de hoofdmoot in. We doen het met één capriccio voor orgel, dat ook nog eens ter ere van zijn achteroom Johann Christoph Bach (1642-1703) geschreven is. Verdient deze Christoph zo’n hommage? We kunnen het zelf bepalen aan de hand van twee motetten die het stuk flankeren.
Dan komen we op ene Johann Andreas Bach (1713-1779). Die moesten we zelf ook even opzoeken, eerlijk is eerlijk. Andreas was een neefje van Johann Sebastian, om precies te zijn de zoon van zijn oudere broer Johann Christoph Bach III (de bovenstaande is de eerste, een oom van Sebastian is de tweede). Veel composities kennen we niet van hem, maar in dit capriccio – duidelijk beïnvloed door zijn oom – doet hij wat zoveel andere Bachs ook deden: de noten B-A-C-H (bes-a-c-b) in een compositie verwerken.
Van dezelfde generatie is Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788). Kijk, die kennen we. Dat is de zoon van Johann Sebastian, en van alle componerende Bachzonen de meest begaafde! Bijna eigenhandig schiep hij de empfindsame stijl, een tak van de rococo waarin de componist direct op zijn gevoel afgaat in plaats van vooral maar makkelijke muziek te componeren. Waar zijn oude familielid Johann Christoph een motet schreef over ‘Der Gerechte, ob er gleich zu zeitlich stirbt’, maakt Emanuel er een cantate van. Daarmee zet hij zichzelf voor een flinke opgave. Zijn vader had wel driehonderd cantates geschreven. Hoe zorg je dat je onder zijn schaduw uitkomt? Emanuel, vaandeldrager van een nieuwe generatie, blijkt er geen enkele moeite mee te hebben. Het stuk volgt nauwgezet de vorm van vaders cantates, maar de inhoud, de muziek zelf, is op en top modern – gevoelig – empfindsam.