Sanssouci
za 7 nov 2026 10:00 uur
Händel werd jaren na zijn dood nog alom vereerd, ook door Mozart. Een paar weken geleden wijdden we een uitzending aan de invloed van Johann Sebastian Bach op Mozart. Vader Bach, zo constateerden we, was hopeloos ouderwets maar zeker nog niet vergeten. Zijn klavierwerken, en zeker zijn fuga's, waren nog altijd onmisbaar voor studenten pianoforte en compositie. Bachs tijdgenoot Händel was nog populairder. Sterker nog: hij was nooit van het repertoire verdwenen. Met name in Engeland bleef hij onverminderd populair. De grote oratoria en toneelwerken bleven het goed doen, en na zijn dood werd er een boek over hem geschreven – de eerste biografie ooit van een componist, en überhaupt een van de eerste biografieën ooit die niet over een vorst, profeet of heilige ging! Händel was de eerste componist die een klassieke status verwierf. In Duitsland was hij niet zó populair, maar het kwam nog wel met enige regelmaat tot uitvoeringen. Daarnaast werden zijn suites nog alom gespeeld (net als de klaviermuziek van Bach vooral als studiemateriaal). Ook Mozart moet de suites van Händel regelmatig op de lessenaar hebben gehad. Omstreeks 1782, toen hij nog niet zo lang in Wenen woonde, begon hij zelfs een suite in de stijl van Händel te schrijven! Hij wilde laten zien dat hij alles kon nabootsen, niet alleen de stijl van zijn eigen tijd maar ook die van voorbije jaren. In de achttiende eeuw hechtte men nog niet zo aan originaliteit als tegenwoordig… Toch maakte Mozart die suite niet af. Kennelijk kon hij zijn creatieve energie niet kwijt in dat imitatiewerk, en verloor hij zijn interesse. In 1789, in een andere fase in zijn carrière, pakte hij het anders aan. In het album van ene K.I. Engel, organist te Leipzig, schreef hij Eine kleine Gigue neer. Het is overduidelijk een knipoog naar Händel, maar in de stijl van Händel is het niet echt. De melodie maakt allerlei gekke sprongen en het stuk zit vol chromatiek. Hoewel ze anderhalve minuut duurt, heeft deze gigue musicologen al veel hoofdbrekens bezorgd. Taruskin zag er zelfs de vroegste voorloper van het neoclassisme in. Voor de goede orde: we hebben het dan over de vroege twintigste eeuw! Mozart kwam ook professioneel met Händel in aanraking. Dat gebeurde bij baron van Swieten, de Weense mecenas die van barokmuziek hield en Mozart ook met veel werken van Bach in aanraking bracht. Van Swieten wilde Händels oratoria en theatermuziek graag op de planken brengen. Er was echter een probleempje. Het Weense concertpubliek was totaal niet meer gewend aan de klank van barokorkesten. Rond 1790 wilde men echt wel grotere orkesten, waarbij de strijkers werden verrijkt door een brede blazerssectie. Voor de baron arrangeerde Mozart uiteindelijk vier Händel-werken: en Alexander's feast. Vandaag draaien we fragmenten uit Ode for Saint Cecilia's Day, Acis and Galatea en uiteraard de Messiah. We concentreren ons op de nummers waarin Mozart veel veranderd heeft. Niet tot ieders tevredenheid trouwens. Aan "Das Volk, das im Dunkeln wandelt" ("The people that walked in darkness"; de Duitse vertaling is van Christoph Daniel Eberling) voegde hij rijke chromatische akkoorden toe. Zo gaat echter wel het effect verloren dat Händel voor ogen had: hij liet het volk bewust in het duister lopen met uiterst kale muziek. Ook eigenaardig is "Sie schallt, die Posaun": in het origineel, "The trumpet shall sound", klinkt die trompet letterlijk als solo-instrument. Hier gaat deze solo naar de hoorn! Klopt niet met de tekst en Händels bedoelingen, wel met de Weense smaak en dus met Mozarts opdracht. Een afweging die Mozart vaker gemaakt moet hebben. Tegenwoordig overheerst, zeker bij professionele musici die cd's uitbrengen, de historische uitvoeringspraktijk. Mozarts versies van de Messiah en andere Händel-composities zijn dan een vloek in de kerk. Vroeger dacht men daar anders over. Deze versie van de Messiah is de hele negentiende eeuw populair gebleven, niet als laatste in het Verenigd Koninkrijk. Mengvormen tussen het origineel en Mozarts bewerking waren daar zelfs nog tot diep in de twintigste eeuw te horen. Alleen al daarom mogen we niet voorbijgaan aan dit deel van Mozarts oeuvre. Afspeellijst • 1. Georg Friedrich Händel / Wolfgang Amadeus Mozart: Messiah, HWV 56 / KV 272 • ouverture • O du, die Wonne verkündet (O thou, that tellest) • Das Volk, das im Dunkeln wandelt (The people that walked in darkness) • Ich weiß, dass mein Erlöser lebet (I know that my redeemer liveth) • Sie schallt, die Posaun (The trumpet shall sound) • Halleluja! (Hallelujah!) • 2. G.F. Händel, W.A. Mozart: Ode for Saint Cecilia's Day, HWV 76 / KV 592 • ouverture • 3. G.F. Händel, W.A. Mozart: Acis and Galatea, HWV 49a / KV 566 • Wohlan! so nütz' ich meine Göttermacht ('Tis done – thus I exert pow'r divine) • Herz, du Sitz des verliebten Grams (Heart, the seat of soft delight) • Galatea, klag nicht meht (Galatea, dry thy tears) • 4. W.A. Mozart, Suite in C, KV 399 • 5. W.A. Mozart, Eine kleine Gigue in G, KV 574 • Uitvoerenden • Edith Maris (sopraan), Birgit Finnilä (alt), Peter Schreier (tenor), Theo Adam (bas). Chor und Orchester des Österreichischen Rundfunk o.l.v. Charles Mackerras (1) • Chorus Musicus Köln en Das Neue Orchester o.l.v. Christoph Spering (2, 3) • Mechthild Bach, sopraan (3) • Kristian Bezuidenhout, pianoforte (4, 5)