Ghielmi & Pianca op FOM 2015
di 1 sep 2015
De ultieme barokke combinatie in twaalf beelden. Het zijn twee instrumenten die de tijd tekenen: de luit en de viola da gamba. Het eerste had in de renaissance gebloeid als volksinstrument, en maakte nu een groei door: van een simpel zessnarig instrument om akkoorden op te spelen werd het nu een complex tuig van wel tien snaren, waaronder meerdere bassnaren. De luit werd in de zeventiende eeuw steeds meer een instrument voor professionals. De gamba onderwijl bloeide op met de opkomst van de instrumentale muziek. Ze had flinke concurrentie van haar neven, de viool, altviool en cello, maar vooralsnog kon niets haar weke, zangerige klank evenaren. Gambamuziek bloeide dan ook in heel Europa – vaak met begeleiding van een akkoordinstrument. Dat kan het klavecimbel zijn, maar ook best de luit. Op deze editie van Festival Oude Muziek, die gewijd is aan Engelse muziek, horen we voornamelijk Engelse luitmuziek uit de zeventiende eeuw. Bekende en minder bekende namen als John Hume, Matthew Locke en Christopher Simpson passeren de revue. Maar ook een vreemde eend in de bijt als de Italiaan Carlo Zuccari (1703-1792) passeert de revue. Al in zijn jonge jaren raakte de gamba langzaam uit de mode, en op hoge leeftijd was het een verre herinnering. Toch bleef hij de barokke stijl altijd trouw. Ook nu nog hebben we componisten die in dit idioom schrijven. Minstens eentje althans. Gambist Vittorio Ghielmi laat in zijn Three pieces in the style of the old lyra-viol composers horen dat hij dit idioom tot in zijn haarvaten beheerst.